Studieverlof predikanten

Volgens de traktementsregeling hebben dienstdoende predikanten recht op een studieverlof van drie maanden na een periode van vijf dienstjaren. De invulling daarvan wordt geregeld met zowel de personeelsfunctionaris van de Remonstrantse Broederschap als met de kerkenraad van de gemeente. Er staat in de traktementsregeling een aantal specificerende bepalingen, zoals dat het studieverlof naar rato van het dienstverband, opgenomen dient te worden in een aaneensluitende periode van drie maanden in de periode tussen 1 april en 1 oktober.

Voor het seminarium is een bescheiden rol weggelegd in de voorbereiding van het studieverlof, uitgedrukt in de bepaling: “De invulling van het studieverlof dient door de predikant vooraf ter goedkeuring te worden voorgelegd aan de rector van het seminarium.”

Het seminarium stelt aan degenen die zich op het studieverlof voorbereiden een formulier ter beschikking waarin de predikant kan aangeven wat hij of zij voornemens is te gaan doen en welke output er verwacht kan worden. Dit formulier vindt u hier.

Het ingevulde formulier stuurt de predikant naar de coördinator van het seminarium waarna een van de stafleden feed back geeft op het voorstel. Na verwerking van de feed back wordt het plan vastgesteld. De rol van het seminarium is hiermee klaar.

Eventueel wordt in de afspraken opgenomen dat vormen van output onderdeel worden van activiteiten van het Arminius Instituut, zoals een bijdrage in de vorm van een publicatie op de website of het verzorgen van een nascholingsactiviteit.

Uit de traktementsregeling (2018, paragraaf X.1): 

Studieverlof

Een predikant heeft recht op studieverlof van drie maanden na een periode van vijf dienstjaren, een en ander te regelen in overleg met de personeelsfunctionaris van de Remonstrantse Broederschap en de kerkenraad van de gemeente. Hierbij gelden de volgende specificerende bepalingen.

  1. Het studieverlof beslaat een aaneengesloten periode van drie maanden. Studieverlof kan alleen gefaseerd worden opgenomen wanneer hier inhoudelijk redenen voor zijn. De beoordeling hiervan vindt plaats door de rector van het Seminarium in overleg met personeelsfunctionaris en kerkenraad van de gemeente waar de predikant werkzaam is.
  2. Het studieverlof kan worden opgenomen in de periode van 1 april tot en met 1 oktober. Hier kan niet van worden afgeweken tenzij er inhoudelijke gronden zijn, omdat bijvoorbeeld alleen buiten deze periode om een specifieke cursus kan worden gevolgd. De beoordeling hiervan vindt plaats door de rector van het Seminarium in overleg met personeelsfunctionaris en kerkenraad.
  3. Het studieverlof dient minimaal een jaar van te voren te worden gepland.
  4. Het studieverlof wordt opgebouwd naar rato van de omvang van de aanstelling.
  5. Bij vertrek van een predikant uit een gemeente wordt het tot dan toe  opgebouwde studieverlof in overleg met het Seminarium opgenomen. Indien het opgebouwde studieverlof bij vertrek uit een gemeente niet wordt opgenomen vervallen de rechten op dit verlof.
  6. De invulling van het studieverlof dient door de predikant vooraf ter goedkeuring te worden voorgelegd aan de rector van het seminarium. In uitzonderingsgevallen kan het studieverlof in het kader van de duurzame inzetbaarheid besteed worden aan (niet theologische) verbreding of omscholing. Een voorstel hiertoe dient  ter goedkeuring te worden voorgelegd aan de taakgroep Personeel en Gemeenten. Taakgroep Personeel en Gemeenten communiceert het positieve advies aan het seminarium.
  7. Wanneer een predikant meer dan een zes maanden aaneengesloten arbeidsongeschikt is telt de periode van arbeidsongeschiktheid die de zes maanden te boven gaat niet mee voor het bepalen van het aantal dienstjaren.
  8. Het studieverlof dient uiterlijk 1 jaar voor de pensioendatum opgenomen te zijn, zodat het resultaat van het verlof de Remonstranten en/of de gemeente nog ten goede kan komen.