Studieverlof predikanten

Volgens de traktementsregeling hebben dienstdoende predikanten na vijf dienstjaren recht op een studieverlof van drie maanden. Dit verlof is bedoeld voor professionele, theologische en persoonlijke verdieping, en biedt tevens ruimte om nieuwe inzichten en expertise te ontwikkelen ten dienste van de remonstranten.

In 2026 is de werkwijze rondom het studieverlof nader uitgewerkt. Daarbij wordt onderscheid gemaakt tussen de zakelijke afhandeling, die onder verantwoordelijkheid valt van P&O van de Remonstranten, en de inhoudelijke begeleiding, die wordt verzorgd door het Arminius Instituut.

Voor een volledige omschrijving van de werkwijze en verantwoordelijkheden verwijzen wij u naar het document Werkwijze studieverlof Remonstrantse predikanten. Bijgaand is het formulier studieverlof, waarin de predikant kan aangeven wat diegene voornemens is te gaan doen en welke output er verwacht kan worden. Het formulier dient ingeleverd te worden bij het Arminius Instituut en bij P&O van de Remonstranten.

Uit de traktementsregeling (2018, paragraaf X.1): 

Studieverlof

Een predikant heeft recht op studieverlof van drie maanden na een periode van vijf dienstjaren, een en ander te regelen in overleg met de personeelsfunctionaris van de Remonstrantse Broederschap en de kerkenraad van de gemeente. Hierbij gelden de volgende specificerende bepalingen.

  1. Het studieverlof beslaat een aaneengesloten periode van drie maanden. Studieverlof kan alleen gefaseerd worden opgenomen wanneer hier inhoudelijk redenen voor zijn. De beoordeling hiervan vindt plaats door de rector van het Seminarium in overleg met personeelsfunctionaris en kerkenraad van de gemeente waar de predikant werkzaam is.
  2. Het studieverlof kan worden opgenomen in de periode van 1 april tot en met 1 oktober. Hier kan niet van worden afgeweken tenzij er inhoudelijke gronden zijn, omdat bijvoorbeeld alleen buiten deze periode om een specifieke cursus kan worden gevolgd. De beoordeling hiervan vindt plaats door de rector van het Seminarium in overleg met personeelsfunctionaris en kerkenraad.
  3. Het studieverlof dient minimaal een jaar van te voren te worden gepland.
  4. Het studieverlof wordt opgebouwd naar rato van de omvang van de aanstelling.
  5. Bij vertrek van een predikant uit een gemeente wordt het tot dan toe  opgebouwde studieverlof in overleg met het Seminarium opgenomen. Indien het opgebouwde studieverlof bij vertrek uit een gemeente niet wordt opgenomen vervallen de rechten op dit verlof.
  6. De invulling van het studieverlof dient door de predikant vooraf ter goedkeuring te worden voorgelegd aan de rector van het seminarium. In uitzonderingsgevallen kan het studieverlof in het kader van de duurzame inzetbaarheid besteed worden aan (niet theologische) verbreding of omscholing. Een voorstel hiertoe dient  ter goedkeuring te worden voorgelegd aan de taakgroep Personeel en Gemeenten. Taakgroep Personeel en Gemeenten communiceert het positieve advies aan het seminarium.
  7. Wanneer een predikant meer dan een zes maanden aaneengesloten arbeidsongeschikt is telt de periode van arbeidsongeschiktheid die de zes maanden te boven gaat niet mee voor het bepalen van het aantal dienstjaren.
  8. Het studieverlof dient uiterlijk 1 jaar voor de pensioendatum opgenomen te zijn, zodat het resultaat van het verlof de Remonstranten en/of de gemeente nog ten goede kan komen.